blog eenzaamheid

Het is zaterdagmiddag. Ik heb gisteren een bruiloft gehad dus nu ben ik moe. Ik heb niks gepland dit weekend omdat ik dacht dat ik moest bijkomen van het feest. Door mijn fibromyalgie heb ik een beperkte energie waardoor ik die energie goed moet verdelen. Ik zit in mijn duster op de bank. Laptop aan. Ik doe een rondje social media. Facebook, Twitter, een paar dating/contactsites, e-mail, Whatsapp. Kijken of ik nog likes heb gehad of berichten. Nee, helaas. Ik herhaal het rondje. Ik blijf rondjes surfen. Ik schrijf in mijn dagboek. Over de bruiloft, hoe het was en hoe ik me voelde. Nog steeds geen berichten. Ik stuur zelf een paar mensen een bericht. Ik krijg er een paar terug. Ik voel me lamlendig van dat hangen op de bank in mijn thuiskloffie. Ik spreek mezelf streng toe in mijn dagboek: ga je nou de hele dag op de bank hangen of ga je ook wat doen? Ik heb geen zin, spreek ik terug. Ik wil geen mensen zien. Gisteren heb ik er al genoeg gezien en ik heb het gevoel dat ik me als een vreemd wezen heb gedragen. Die rot sociale angst. Ik ben het zat. Ik moet huilen. Kan ik nou nooit eens normaal zijn? Ja, ik snap het, antwoord ik mezelf. Het is ook rot. Maar je bent wel gegaan. En dat is heel sterk. Ondanks je sociale angst. Ga maar je omkleden en opdoffen. En dan naar buiten. Rondje Wijngaarden. Op het bankje bij het weiland zitten en dan weer naar huis.

Een half uur later zit ik op de fiets. Ik heb mijn zonnebril op gezet want oogcontact vind ik moeilijk. 

Als er iemand me tegemoet fietst, kijk ik stug voor me. In de polder geniet ik van de rust. Mijn vertrouwde bankje roept me. Ik staar naar de koeien, de weidebloemen en snuif de mestgeur op. Na een tijdje fiets ik terug naar Sliedrecht. Ik ga naar de supermarkt. Ik kom er bijna dagelijks. Mensen die er werken kennen mijn gezicht. Ik kom er graag want ze zijn aardig. Toch ontwijk ik hun blik. Ik richt me op de boodschappen. Ik probeer de prikkels van de drukke winkel te ontwijken en zo doelgericht mogelijk door de winkel te navigeren. Mensen kijken me aan als ik ze tegen kom. Het voelt eng. Wat zullen ze denken? Daar heb je die rare vrouw weer? Of zien ze een leuke goed verzorgde vrouw? Een gespannen vrouw misschien? Elke keer is dit weer een uitdaging. Wat zou ik graag praatjes maken met mensen. Met een grapje het ijs breken. Contact! Verbinding! Me normaal voelen, niet meer of minder dan een ander. Heel soms lukt dat. Dat zijn de fijnste momenten.

Even later fiets ik naar huis. Als ik in mijn buurt kom, word ik gespannener. Ik voel de blikken van mijn buren. Ik voel ze denken: daar heb je haar weer. Ik voel me klein en waardeloos. Ik recht mijn rug. Ik zet mijn zekere blik op. Wat voel ik mij alleen in deze buurt. Zelden heb ik contact met mijn buren. Ik groet ze als ik ze tegen kom in de flat. Niemand die aan me vraagt hoe het gaat. Vorig jaar was ik kei-depressief. Daar moet toch iets van te zien zijn geweest. Niemand die me aansprak. Soms wil ik wel schreeuwen: zie mij! Hier ben ik! Ik ben een mens. Een leuk mens zelfs. Lang geleden vroeg een buurvrouw me waarom ik haar niet groette. Ik was verbaasd. Ik realiseerde me toen dat ik mijn buren op straat ontwijk. Oogcontact! Eng! En dan mijn rechte houding. Misschien vinden ze me arrogant.

Ik ben niet de enige die het moeilijk heeft in de flat. Mijn buurvrouw krijst tegen haar kinderen en tegen haar vriend. Een buurman is al jaren in de war en uit dreigende taal. Een andere buurman ruikt altijd naar drank. De politie is meerdere malen in de portiek geweest. We hebben het allemaal moeilijk maar we helpen elkaar niet.

Gelukkig heb ik redelijk wat vrienden en familie waar ik een fijn contact mee heb. Ik mag en  durf mezelf (te) zijn bij hen. Ze steunen mij door dik en dun. Ik hou van leuke dingen ondernemen. Van terrasjes pakken in Dordt of struinen door curiosawinkeltjes.

Welk mens durft zich helemaal open te stellen voor anderen? Ik ken er maar weinig. We willen allemaal gezien worden en geliefd zijn. Soms lukt dat. Soms niet.